Het Europees landbouwbeleid houdt zich bezig met: premies,prijsvorming en landbouwinkomen.
Door het gemeenschappelijk landbouwbeleid is er voor zelfstandige landbouwers in de laatste 10-15 jaar veel veranderd. De landbouwer voelt zich niet meer zelfstandig, hij is als het ware in loondienst. Dit is het gevolg van de lage prijzen van de producten, het maakt niet meer uit of de landbouwer zijn best doet, wat hij op het einde overhoudt is de premie en daar heeft hij niet moeten voor werken.
Om op Europees niveau een beleid op te bouwen is zeer moeilijk, dit omdat de regio's zo oneindig divers zijn, zowel van product als van kwaliteit en opbrengst van een identiek product en dit zijn nog maar twee aspecten.
Dankzij de inspanningen geleverd door de overheid en door de landbouwers zelf is de voedselproductie meer transparant geworden voor de consument, dit in combinatie met het openstellen van bedrijven heeft ertoe geleid dat de gewone burger dichter bij de landbouw komt te staan waardoor het imago van de boer wat veld heeft gewonnen.
Ondank de grote mechanisatie is en blijft landbouw een beroep van vele werkuren. Een koe die op het punt staat om te kalven, pikdorsen, stro inhalen,... al deze dingen moeten gebeuren als de tijd rijp is ongeacht het uur, dag of nacht en dit elke dag van de week zaterdagen, zon- en feestdagen het maakt niet uit.
Een landbouwbedrijf uit het niets opstarten is vandaag de dag niet meer mogelijk. Voor landbouwers in spee die niet afkomstig zijn uit een landbouwersfamilie is dit een spijtige zaak, want een bestaand bedrijf overnemen is een miljoenenzaak.
Zonen en dochters van boeren motiveren om de zaak over te nemen is ook niet meer vanzelfsprekend, de kinderen zijn opgegroeid op het bedrijf en weten wat het leven inhoud, hoe groot de bureaucratie geworden is, en hoe de spelregels van dag op dag kunnen veranderen. Als ouder weet je niet of het verantwoord is om een kind de landbouw in te sturen gezien de enorme investering en de onzekere toekomst.